There are 49 posts and 7 comments on this blog, if you cannot find what you intially looked for, use the search above and press 'go'!


Mijn hele leven ben ik twee dingen geweest: (zelf)destructief en een dromer. Dat laatste klinkt misschien wat vreemd, komend van mij, maar geloof me als ik zeg dat ik eigenlijk constant met zo’n fietshelm op mijn hoofd zou moeten lopen. Dat doe ik natuurlijk niet, en als logisch gevolg hiervan heb ik mezelf door de jaren heen flink gesloopt. Laten we beginnen bij het begin:

Toen ik slechts een klein klein jongetje was, besloot ik dat ‘motorische competentie’ hoog op de lijst stond van dingen die ik moest bezitten. Dit is dan ook de reden dat ik belachelijk snel liep (ik weet dat deze reden mijn vorige blog tegenspreekt, maar als misinformatie, hypocrisie en jezelf tegenspreken goed genoeg zijn voor het SP-partijprogramma, zijn ze goed genoeg voor mij!). Dit was handig om vele redenen, maar het had ook flinke nadelen.

Want, ik had nu misschien de lichamelijke vaardigheden om op mijn benen te blijven staan en mijn handen te gebruiken, maar mijn geestelijke ontwikkeling was overduidelijk wat achter gebleven. En daarom, besloot ik toen ik nog geen jaar oud was, dat het het beste idee ter wereld was om thee in te schenken tijdens een vakantie op Terschelling. Een vriend van mijn ouders was namelijk even vergeten hoe geweldig ik was en had het kokende water op de lage salontafel laten staan.

Helaas ging thee inschenken minder goed dan mijn infantiele hersentjes hadden verwacht, en daarom siert een litteken van een centimeter of vijftien mijn linker onderarm al zolang als ik mij kan herinneren. De duim van mijn moeder zit in mijn onderarm gebrand (ze greep mijn arm vast en hield me onder de kraan) als aandenken aan mijn eigen stomheid. Derdegraads verbrandingen zijn awesome.

Ik vervolgde mijn weg van zelfdestructie door mijn hand tussen twee metalen karren te houden in groep één van de basisschool. We ramde deze karren namelijk zo snel als onze kleine beentjes ons wilde dragen tegen elkaar op. Ik zat voorop en besloot een takje van de voorkant van mijn kar af te halen, net op het hoogtepunt van ons spel.

Een verstandige beslissing, zo bleek bij de dokter. Toen ik een hele week met tranen in mijn ogen door mijn tanden duwde: “nee…niks aan de hand..” als mijn moeder mijn handen waste, besloot ze me toch maar mee te nemen naar een onze lieve huisarts.

Mijn pink was redelijk gebroken.

Dat was het eerste bot dat ik brak en de eerste mitella die ik om mijn arm had.


Niet lang daarna kwam de tweede mitella, toen mijn broer ruim een jaar later besloot dat hij toch echt meer recht had op de leuning van onze bank. Ik zat namelijk op het uiteinde van onze hoekbank, en elke peuter weet dat dit het beste stukje is. Daarbij kwam dat we gigantisch melig waren en de slappe lach hadden.

En zo, met mijn voeten tegen de zijleuning, zat ik, lachend, terwijl hij mij aan mijn arm over de rand probeerde te trekken.  

PLOP!

En daar ging mijn elleboog. Mijn arm hing erbij als de kut van een prostituee en mijn broer was dan ook erg bezorgd om mijn welzijn; “Niets tegen mama zeggen hè!”

Helaas had ik het cynisme of de bitterheid die ik nu heb, nog niet vergaard op die leeftijd en bleef de opmerking: “GOED IDEE!” een beetje uit. De eerste hulp was blij me weer te zien.

Tegen de tijd dat ik in groep zeven of acht zat, had ik alle soorten pijn al wel een keer ervaren. Ik ben nooit echt bang geweest voor letsel, en zelfs toen mijn arm eruit zag als een hotdog (na hem verbrand te hebben) maakte ik me kennelijk niet druk en huilde ik geen traan.

 

Tot ik een zware allergische reactie had.

Als klein jongetje was ik altijd zo paranoïde als Stalin; mijn ouders probeerde me altijd te vergiftigen na een ruzie en elk steekje in mijn borst was een hartaanval. Ik was toen al erg rationeel. Ik zeurde overigens vrij weinig en informeerde stiekem bij mijn broer wat al die kwalen konden zijn. Hij stelde mij altijd gerust met: “Je gaat dood. HA!”

Ik besloot daarom maar te stoppen met panisch zijn, en negeerde al een week lang dingen die me normaal uit m’n slaap hielden.

 

Maar, aangezien alles altijd toevallig is, jeukte mijn buik gigantisch op een ongelukkige woensdagmiddag. Ik zei tegen mezelf dat ik er niet op moest letten, omdat ik een zeikerd was, en speelde mijn spelletje verder. Na een half uur helemaal dood te zijn gegaan van de jeuk en verbaasd over de kracht van suggestie, tilde ik mijn shirt op met een zucht van frustratie en zelfhaat.

HOLY FUCK!

Ik zat helemaal onder iets dat ik enkel kan omschrijven als ‘plateaus’. Overal over mijn buik en borst zaten een soort ‘verhogingen’ van mijn huid. Niet echt bultjes, maar meer een soort vlekken die hoger lagen dan de rest van mijn lichaam. Er zaten ook bloedige schrammen horizontaal over mijn buik waar ik had gekrabd om die vreselijke jeuk weg te krijgen.

 

Iemand had blaadjes in mijn kraag gegooid op school omdat ik heel populair was, en kennelijk was ik zwaar allergisch.

Ik rende natuurlijk naar beneden om advies te vragen aan mijn moeder, en die zei dat er niets aan de hand was. Ze belde alsnog maar even de huisarts, en over drie(!!!) uur had ik een afspraak. Ondertussen ging ik helemaal dood van de jeuk en kreeg ik moeite met ademhalen. Alles deed pijn en ik weet nog steeds niet hoe ik mezelf niet van kant heb gemaakt in die tijd. Het waren zonder twijfel de langste drie uur uit mijn leven.

Uiteindelijk gaf de dokter me een pilletje, en was het verdwenen in een minuut of tien. Ik heb het nog steeds niet zo op ‘bosjes’. Maar ik heb daarna nooit meer zoiets gehad, dus ik denk dat ik inmiddels immuun ben geworden. Of, ze haatten me erger dan ik dacht op de basisschool en hadden iets anders in mijn shirt gegooid. Kan ook.

In datzelfde jaar kreeg ik ook nog zo’n gigantische Mikado stok in mijn oog. We hadden een Mikado spel in de klas met stokken van een meter. Een Jongen die ik toch al niet mocht wilde dat spelen en trapte op één kant van een stok. De andere kant schoot omhoog en ik zat daarnaast op een stoel.

Ik ben gebleven tot het eind van de dag, want ik ben awesome, maar mijn oog was redelijk beschadigd. Mijn hoornvlies was stuk en ik geloof dat er wat splintertjes in zaten (omdat ik die stok brak met mijn oog natuurlijk). Ik ben blij dat ik in het laatste jaar de kans kreeg hem terug te pakken. Wat voor plezier je wel niet kan hebben met iemands nieuwe kleren, een smerige plas water, een flinke dosis sociale frustratie en een wurggreep waar je ‘u’ tegen zegt. Ah, de herinneringen.

Toen ik net een paar jaar op middelbare school zat, ging mijn broer om met een hyperactief mannetje. Ik kwam hem tegen in de aula en hij verveelde zich hyperactief. Aangezien we elkaar redelijk kenden, besloten we wat hyperactief rond te hangen samen met nog een iemand. Toen ik iets uit mijn kluis ging halen, sprong hij hyperactief tegen me op bij wijze van een hyperactief grapje.

Mijn schedel kon er minder om lachen dan hij.

Verwarmingen zijn hard.

Ik stond op van de grond, en voelde met mijn hand rustig aan mijn achterhoofd alsof er niets aan de hand was (omdat pijn hebben voor homo’s is). Ik schrok een beetje toen mijn hele hand rood was.

Ik ving het bloed op terwijl we naar de conciërge liepen en toen het meisje waarmee we hadden gezeten me erop wees dat dat nutteloos was, liet ik het op de grond vallen.

“DAT IS BLOED!” Riep een meisje.

“Jou ontgaat ook niets! Je zou rechercheur moeten worden!” Riep ik terug.

Na een kort tripje naar de dokter, zat mijn hoofd weer aan elkaar gelijmd. Wie zegt dat verzekeringen niet rendabel zijn?

Het laatste dat ik mij zo snel kan herinneren, was misschien wel mijn slimste actie.

Ze hadden het Beatrixplein net verbouwd, en ik was er al weken niet geweest. Ik was in complete verbazing over hoe mooi het was geworden en lette niet op.

En toen lag ik op mijn muil.

Kennelijk hebben van die inklapbare busdriehoeken geen detector voor onoplettende mongolen die besluiten er tegenaan te fietsen.

Ik vloog over mijn stuur, ving de klap gelukkig op met mijn gezicht, en brak mijn pols.

Maar dat wist ik nog niet, en er zat genoeg adrenaline in mijn lichaam om mijn fiets op te tillen, over mijn schouder te gooien en naar huis te dragen. Daar kwam ik er achter dat ik mijn hand amper kon bewegen en dat hij hevig aan het trillen was.

Wederom naar het ziekenhuis, waar geen van de doktoren dacht dat als iemand zich zijn geboortedatum niet kan herinneren, hij misschien een hersenschudding heeft.

Na een paar keer hardhandig mijn pols heen en weer te buigen en te vragen of dat pijn deed (en ik hem retourneerde met: “IS GRAS GROEN!?”) en daar toch niet uit op te kunnen maken of het dan gebroken was, liet hij foto’s maken. Ook dáárop kon Dokter Competentie niet zien of het was gebroken, en bij wijze van een kusje op de wond, deed hij er maar een soort ‘proef gips’ omheen voor een week.

Na die week ging dat eraf en omdat ik dat waardeloze ziekenhuis toen helemaal zat was, zei ik bij alles dat het geen pijn meer deed.

Ik kon nog iets van zes maanden mijn pols niet fatsoenlijk bewegen.

Met dit ding wil ik het iets anders doen. Mocht je een reactie achter willen laten, vertel dan over je eigen verwondingen. Verwondingen zijn namelijk heel erg grappig. Dus, heb je een bot gebroken of je halve vinger eraf gesneden, vertel het. 



Leave a comment or two

Name (required)

Email (required)

Website

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>

Feel free to leave a comment