Ik lig op mijn bed en duw mijn hand tegen de onderkant van mijn borst om mijn hartslag te voelen. Het gebonk onder mijn palm voelt als een slechte drummer. Alles is uit de maat. Ik herinner me vaagjes dat dat geen goed teken is. Ik herinner me ook dat me dat niet uitmaakt. Ik besluit mijn ogen nog een keer dicht te doen in een verwoede poging te slapen maar als zelfs het pure zwart aan de binnenkant van mijn oogleden naar links draait zonder te stoppen, doe ik ze maar weer open om me te concentreren op het stopcontact aan mijn voeteneinde. Ik heb in het laatste jaar langer naar dat ding gestaard dan naar alle leuke meisjes bij elkaar.
Ik voel me niet bijzonder veel beter nu de inhoud van een fles Vodka in mijn maag rond klotst, maar ik heb het te druk met niet over mijn nek gaan om daar over na te denken. De fles was niet lief voor me vanavond en ik probeer me te herinneren waarom hij leeg moest.
Ik concentreer me op het begin van de avond en probeer me alle personen, kroegen of feesten voor de geest te halen die mijn blik zijn gepasseerd.
Dan bedenk ik me dat het woensdag is, en ik niemand heb gesproken.
Mijn kamer draait nu iets minder. Ik gooi mijn linker arm lomp naar achter in de hoop een waterflesje te voelen. Mijn vingers vinden de wekker op mijn nachtkastje en ik voel aan het schuifje of het alarm aan staat. Als dat zo is bedenk ik me dat ik morgen weer om 6 uur op moet om mensen ervan te overtuigen dat ik normaal ben.
Ik laat mijn hoofd naar rechts vallen en zie dat mijn browser me informeert dat mijn e-mail succesvol verzonden is. Ik vloek mild en bedenk me dat ik een slot met een blaastest op mijn pc moet zetten. Mijn dronkenschap vertelt me nog niet dat ik waarschijnlijk iets heb gestuurd aan mensen die dat niet verdienen. Dat is de taak van de kater.
Ergens tussen de waas van alcohol door val ik in slaap zonder het door te hebben. Als ik droom dat er iemand naast me staat die lieve dingen zegt weet ik onmiddellijk dat mijn gedachten me voor de gek houden. Ik schrik wakker, onderdruk het gevoel dat zegt dat ik naar de wc moet, grijp nogmaals naar achter om het flesje te pakken en neem een paar flinke teugen zonder rechtop te gaan zitten. Als ik het flesje van mijn mond haal, loopt het leeg langs mijn haar mijn bed in. Het koude water komt als een welkome verkoeling op de achterkant van mijn nek waardoor het misselijke gevoel een beetje wegtrekt.
Ik glimlach in mezelf en val in slaap.
