Hoewel ze me nooit hadden gedwongen hiervoor te kiezen, was hun ‘enthousiasme’ over de tweede zoon die toch ook maar mooi deze mogelijkheden had gekregen te groot om tegen in te gaan. Terwijl mijn moeder jammerde over een onuitgeruimde vaatwasser, achtergelaten door mijn vader, klokte ik nog een glas Ibuproven weg. Het smaakte naar een chemische sinasappelsap en toen ik het laatste beetje weg had vertrokken mijn nekspieren in walging. Ach, over een uurtje voelde ik me heerlijk.
Mijn moeder bracht me naar de bushalte, aangezien ik nog niet snel kon lopen, en zeurde over een opmerking die ik kennelijk die ochtend had gemaakt. Ik wist het niet meer en toen ik half gemeend bedankte voor de lift schokte ik naar de bushalte.
In de bus liet ik mijn mp3speler studio-opnamen van Slipknot spelen om mij te herinneren aan mijn oude baantje bij mijn oom toen ik ook altijd, met die muziek op, vroeg in de bus zat. Toen was ik nog redelijk vrolijk. Mijn oom gooide er in elk geval de strengheid tegenaan die ik nodig heb om te functioneren. Nu had ik al zolang geen persoon meer die me in het gareel hield dat mijn empathie voor de meeste dingen redelijk was verdwenen. Deze ochtend was extra erg, ik had een hekel aan iedereen in de bus en vond dat ze me vuil aanstaarden. Ik zette mijn muziek harder en probeerde aan een meisje te denken dat ik leuk vond. Het had weinig succes om mij vrolijker te maken, ik wist dat ze me niet moest.
Ik deed mijn ogen dicht en terwijl ik tegen de leuning aanlag om de pijnstillers door mijn lijf te voelen stromen, merkte ik dat er iemand naar me staarde. Ik keek maar weer naar buiten en bedacht me dat vandaag helemaal niet zo erg zou worden. Ik was altijd bang voor nieuwe dingen en mensen en uiteindelijk kwam altijd alles goed.
In de metro hoorde ik opgewekt mijn naam en plofte er een meisje naast me neer. Ik staarde haar even aan en zei haar gedag terug, ik ken haar, maar ze interesseerde me niet zoveel. Ze zag er altijd wat dommig uit. Nu was ze anders. Ze zag er leuk en vrolijk uit. Maar voor zover ik weet waren dat de pijnstillers. Iedereen zag er de laatste tijd goed uit. Ik speelde met de gedachte in mijn hoofd hoe mensen zouden reageren als ik, ‘die chagrijnig racistische en ongevoelige klootzak’ ineens zou aankomen met een pikzwart vrouwtje. Dit maakte me aan het lachen terwijl ze vrolijk bleef praten. Elke keer als er even stilte was begon ze weer met een vraag of een verhaal. Was wel gezellig. Ik staarde uit het raam en gaf mijn mening over een reclameposter zonder te luisteren. Aangekomen liep ik met haar naar het hoofdgebouw en ging ik mijn eigen kant op.
Toen ik boven aankwam stond er al een groep mensen. Er stond een vrouwtje van een jaar of 35 thee in te schenken. Op haar karretje stond ook koffie en frisdrank. Ze had blond haar. Het was kort en stijl, afgeknipt iets voorbij haar oren met een pony. Ik keek naar haar gezicht en toen ze een knappere vrouw dan zij zelf ooit was geweest te woord stond, keek ze naar beneden. Ik zou nooit respect voor haar kunnen hebben en ergens wilde ik tegen haar schreeuwen en haar vertellen dat ze na vijfendertig jaar toch wel een keer erkenning kon afdwingen. Ik zei niets, ze zou het toch niet snappen.
Ik vroeg haar ongeïnteresseerd of ik hier goed zat voor mijn studie en ze zei ongemakkelijk dat dit voor alle studies was. Ik zag aan haar dat ze zich niet prettig voelde omdat ik een overbodige vraag stelde. Aanpassen aan onbekende situaties was overduidelijk niet haar sterkste kant. Ik vroeg of het drinken gratis was en dat was het. Zonder vragen pakte ik een blikje Fanta en ze zei: “Ja, pak het maar hoor, daar staat de afvalbak.” Ik glimlachte naar haar met alle medelijden die ik kon opbrengen .
Er vormde zich een steeds grotere groep in de kleine ruimte en ik stond tegen de muur aan met mijn blikje Fanta, drumdeuntjes van In Flames mee te tikken op het oranje vel terwijl ik keek of ik iemand kende. In Flames maakte me altijd rustig in dit soort omgevingen. Terwijl Anders schreeuwde dat hij blij was dat hij nergens thuishoorde, voelde ik dat het niet erg was dat ik hier niemand kende. Ik herinnerde me het gezeur over mijn chagrijnige gezichtsuidrukkingen en probeerde de onnozele blik van mijn mede-eerstejaars te imiteren.
Er liep een jongen langs met een shirt waar “Reroute to Remain” opstond. Mooi! Dat is een oud album van In Flames. Ik hoorde terwijl hij langsliep echter dat hij hier was voor geschiedenis.
Naast mij kwam een jongen staan die er onzekerder uitzag dan ik, dus ik vroeg hem of hij van mijn studie was. Hij was van geschiedenis. Er kwam nog een jongen bijstaan die me aanstaarde. Ik vroeg hem vriendelijk voor welke studie hij hier was. Ook geschiedenis.
“Doe jij ook geschiedenis?”
“Nope, maar hij wel.” Terwijl ik wees naar de jongen naast me.
Terwijl zij in gesprek raakten liep ik naar de andere kant van het halletje. Daar stond een lange magere jongen met een klunzig gezicht. Naast hem stond een klein lomp Surinaams meisje. Ze hadden me aangestaard vanaf het moment dat ik binnenkwam. Ik vroeg hem welke studie hij deed. Hij deed geschiedenis.
“Doet iedereen hier geschiedenis, ofzo?”
“Hoezo? Vraag je dit aan iedereen ofzo?” Hij was niet van plan vriendelijk terug te doen.
Enigszins verbaasd door zijn reactie probeerde ik aardig te blijven: “Nee hoor, maar die mensen daar waren ook al allemaal van geschiedenis.” Ik duwde mijn mp3speler weer in mijn oren en keek maar de andere kant op, ik zou straks wel zien wie er in mijn klas zaten en had geen zin meer in vervelende mensen.
“Met die dingen in je oor ontmoet je nooit nieuwe vrienden, jongen!” Zei hij minachtend terwijl zijn lompe vriendin stond te grijnzen als een downsyndroom kleuter. Het was haat op het eerste gezicht.
Ik draaide me om met een blik in mijn ogen die hem vertelde dat ik hem wilde slaan. Ik kreeg het warmer en voelde mijn armen tintelen. Ik was nog nooit zo boos geweest, dat moet hij ook door hebben gehad. Toch was hij niet onder de indruk. Hij keek me precies hetzelfde aan als daarvoor, maar minder geïnteresseerd. Hij wist dat ik niets ging doen, dit was onze eerste studiedag. Hij had gewonnen. Ik kon niets slims of grappigs verzinnen om terug te zeggen en er zou ook geen publiek zijn als ik wel iets had. Hij won.
Ik liep weg naar de wc en toen ik mijn vuist in de muur sloeg hoorde ik in het stalletje naast mij een meisje gillen en wat gerommel. Kennelijk was ik niet de enige die dat halletje nu al zat was.
Toen het half elf was liep iedereen, alsof we waren geroepen, in een grote groep richting een lokaal. Ik had inmiddels een jongen van een jaar of 25 horen zeggen dat hij mijn studie deed en ik volgde hem terwijl ik vanaf een paar meter keek hoe hij met een lelijk meisje praatte. Hij was saai, te oud om iets mee gemeen te hebben en hij zou bij zijn moeder blijven wonen tot hij 45 was. Hij ging een deur in naar een trap en de enorme groep liep rechtdoor. Ik volgde hem en voelde me nu al diep ongelukkig. Alle knappe meisjes en normale jongens liepen rechtdoor.
Toen ik in het lokaaltje een verdieping hoger aankwam zat de hele klas vol met meisjes. Allemaal extreem klein en niet het verlegen type dat ik had verwacht. De studie was bijna net zo vol met irritante mensen als psychologie. Het waren jonge meisjes die dachten dat ze knapper waren dan ze waren, een stuk of drie jongens die allemaal of extreem vrouwelijk of sociaal gestoord waren en een paar oude mensen. Ik vroeg me af in welke groep ik zou thuishoren voor een buitenstaander. Ik hoopte op sociaal gestoord. Ik besloot dat ik altijd wat verlegen was en dat het misschien beter was even te wachten met mijn oordeel.
Ik ging zitten op een rij een beetje achteraan in het kleine lokaal. Een Aziatische vrouw van een jaar of 35 zat op de vierde stoel. Ik liet de derde open en ging op de tweede zitten. Even later kwam een meisje te laat binnen en ging naast me zitten terwijl de professor zijn neurotische verhaal vertelde. Alles was ‘interessant’ en ‘vernieuwend’, maar niets dat hij noemde kon mijn aandacht vasthouden. Waar waren die onderwerpen waar ik over had gelezen op internet? Hij noemde al mijn colleges op en de een was nog minder interessant dan de ander. Gingen we geen propaganda behandelen? Ik besloot rustig af te wachten, alles kwam altijd goed, ik was gewoon te sceptisch. Toch werd ik was nerveus en dus staarde ik maar voor me uit terwijl ik aan andere dingen dacht.
Opeens hoorde ik in mijn dagdroom het woord ‘propaganda’. Mooi.
Er stond een andere man op. Minder neurotisch en hij had een pak aan. Zijn bril had geen dikomrande glazen zoals bij de eerste man en hij zag er aardig uit, dus ik was vrij opgewekt toen hij opstond. Totdat hij zijn mond open deed. Hij had een prachtige stem.
Als hij een vrouw was geweest.
Hij sprak perfect Nederlands. In een vrouwenstem. Zijn Engels was ook erg goed maar hij deed teveel zijn best. Zijn verhaal zou over de tweede wereldoorlog gaan zei hij (later heb ik hier niets van gemerkt overigens), dus ik gaf hem oprecht een kans. Al snel bleek dat hij het ging hebben over propaganda IN GEDICHTEN. Niet over fascistische idealen (of wat voor idealen dan ook)verpakt in mooie praatjes. Nee. Hij ging ons gedichten voorlezen met een politiek onderwerp. Dat is geen pure propaganda! Dat is toevalspropaganda! Propaganda is indoctrinatie, dit is vermaak met een vleugje politiek.
Hij was best grappig ook nog, maar élk woord dat uit zijn mond kwam was een steek naar mensen die voor de oorlog in Irak waren en die niet wilde dat iedereen hetzelfde verdiende. Constant lachen naar zijn medeprofessoren die dan goedkeurend knikte naar hun nieuwste aanwinst en zich waarschijnlijk afvroegen wanneer ze met z’n alle het bezemhok in konden duiken.
Ik besloot die professoren eens goed te bekijken.
Er was een kalende grijze man waar ik niet zoveel over te zeggen heb, dit was de enige normale. Waarschijnlijk sloeg hij zijn vrouw en kinderen.
Er was een man met een snor en een oorbel die een te strakke spijkerbroek aan had en een openhangend zwart overhemd droeg. Ach, nu was het tenminste niet erg dat ik geen lunch bij me had, die zou ik toch zijn verloren.
Er was de neuroot die had geopend en die veel te enthousiast was over élk woord dat uit onze jonge spreker kwam. De hele tijd kwamen er “Oh ja! HAHA!” en “Ach, natuurlijk!” uitroepen langs.
Er was een feminist die overduidelijk compleet de baas was over de rest.
Het was gewoon niet grappig. Het ergste was dat na een half uurtje de hele zaal begon te klappen toen hij een pauze nam in zijn verhaal. Mensen keken ook in volledige interesse als hij dingen zei die voor mij gewoon gezond verstand waren. Hij gebruikte de uitdrukkingen ‘een wet neerschieten’ en ‘het schoot in het verkeerde keelgat’ in een verhaal over oorlog. Toen legde hij uit dat hij expres deze uitspraken gebruikte omdat dat goed paste bij de rest van het verhaal. Natuurlijk doe je dat! Kennelijk niet, want de hele ‘klas’ was in complete verbazing en had grote bewondering voor hun nieuwe Jezus. Zelfs de vrachtlading aan pijnstillers in de ochtend waren niet genoeg om dit minder vreselijk te maken.
Ik wilde weg. Toen hij zijn verhaal af had en vroeg of iemand nog opmerkingen had over de kracht van gedichten, wilde ik zeggen dat gedichten geen invloed hebben omdat niemand ze leest. Dat het een pretentieus medium is waar de normale man niet om zal geven. De man die landen regeert. Dat het een medium is dat enkel gebruikt wordt door mensen die allemaal toch al dezelfde mening hebben. Na het lezen van gedichten zijn zij het allemaal vrolijk met elkaar eens en hebben ze compleet niets bereikt aangezien buiten die selecte groep (dit is niets om trots op te zijn) die hetzelfde voelt, er niemand is die ernaar luistert. Ik hield mijn mond. De andere professoren stelde hem uitbundig vragen waar ze het antwoord al op wisten terwijl ze elkaar verbaal aan het pijpen waren. Ik wilde weg.
Toen ze klaar waren stond ik op en liep ik weg met de mensen van ‘taalwetenschappen’ die naar een ander lokaal moesten. Ik belde vrij ongelukkig mijn moeder en vertelde haar dat ik nog liever de rest van mijn leven bij de Albert Heijn zou willen werken dan hier nog vijf minuten blijven. Logischerwijs ontplofte ze. En mijn vader ook.
Ik ging naar huis met de tram. Ik hoopte ergens achterin mijn hoofd mensen van de UVA intreeweek tegen te komen. Maar aan de andere kant wilde ik het liefst in mijn eentje een bioscoop inlopen ofzo. Toen ik op het CS langs een combino liep zag ik een jongen die ik op school wel had gezien. Hij keek naar me en ik zag dat hij me herkende. Hij draaide zijn hoofd weg en er stond een lange jongen aan de andere kant van het pad op die met zijn arm zwaaide. Ik had geen idee dat ik hem ook maar half kende, ik had hem geloof ik wel eens gesproken, maar dat kon ik me niet echt herinneren. Ik zwaaide terug. Tegenover hem zat een meisje dat vrij snel opstond. Ik had totaal geen zin om erachter te komen wie dat was, omdat ik bang was dat het antwoord me niet aan zou staan. Toen ik om de tram heen was gelopen en aan de andere kant langsliep keek ik niet meer naar binnen.
In het ergste geval nu moet ik het hele jaar aan schoolgeld betalen. Ik heb het geld maar dan kan ik geen drumstel meer kopen. Ach, één ding is zeker, ik ga niet studeren. Voorlopig nog niet in elk geval.
(Ik heb uiteindelijk alleen mijn OV-kaart moeten betalen voor de eerste maand ofzo. De rest kreeg ik allemaal terug.)

< blockquote >< a href=”http://pillspot.org/”>PillSpot.org. Canadian Health&Care.No prescription online pharmacy.Special Internet Prices.Best quality drugs. Low price pills. Buy pills online< /a >…
Buy:Viagra.Viagra Soft Tabs.Viagra Super Force.Soma.Maxaman.Cialis.VPXL.Zithromax.Viagra Super Active+.Propecia.Levitra.Tramadol.Cialis Professional.Super Active ED Pack.Cialis Soft Tabs.Viagra Professional.Cialis Super Active+….